Pagina's

14-02-12

GR 107 - Le Chemin des Bonshommes: Foix - Bellver de Cerdanya

Situering

De GR 107 "Sur les traces des Cathares - Le Chemin des Bonshommes" loopt van Foix in de Franse Ariège naar Queralt bij Berga in Spaans Catalonië.
Dit is het verslag over een deel van de GR 107, namelijk van Foix tot Bellver de Cerdanya. Ik heb dit traject afgelegd in 2010, nadat ik in 2009 het traject van Bellver de Cerdanya tot Berga had gestapt. In 2008 had ik een eerste poging ondernomen vanuit Foix, maar deze heb ik wegens ziekte moeten onderbreken in Prades (tussen Comus en Montaillou); toen heb ik wel, na een trein- en bustraject, nog een stukje kunnen stappen van Bagà tot Gresolet. Dit verklaart enkele verwijzingen in de tekst.

Het verslag over het gedeelte van Bellver de Cerdanya tot Berga uit 2009 is elders op deze blog te vinden.

Dinsdag 25 mei 2010: treinreis Gent- Foix
Vertrek Gent 06.57 u – Aankomst Lille-Flandres 07.55 u
Vertrek Lille-Europe 09.02 u – Aankomst Paris-Nord 10.02 u 


Alles verloopt mooi volgens schema. Bij aankomst in Paris-Nord moet ik een tiental minuten aanschuiven voor een metroticket, maar om 10.45 u sta ik in Montparnasse. Toch even de Parijse buitenlucht opsnuiven: het is zonnig, vrij warm weer. In het station is het druk: de trein naar Bordeaux-Toulouse loopt goed vol en er is zoals gewoonlijk te weinig plaats voor grote bagage. Maar goed, ik heb een zitplaats vlakbij het bagagerek. De trein vertrekt mooi op tijd, maar komt om allerlei redenen (“gestion du trafic”) met meer dan drie kwartier vertraging aan in Bordeaux en op het traject naar Toulouse blijft de achterstand hetzelfde.  In Toulouse ga ik snel een ticket kopen (met kredietkaart aan automaat) maar ben net te laat voor de trein van 17.44 u naar Foix, dus het wordt een uurtje wachten. Ik maak van de nood een deugd en drink een pint op een terras tegenover het station; het is 28° C.

Toulouse: station

Op de trein naar Foix telefoneer ik naar het Centre d’Acceuil Léo Lagrange; in tegenstelling tot mijn pogingen in de voorbije jaren kan ik er nu nog terecht: meestal is het volgeboekt door groepen. Ik krijg een kamer met stapelbed en eigen sanitair: 22 euro per nacht en 5 euro voor ontbijt. Ik wil het nog wat laten afhangen van het weer (er is onweer voorspeld voor morgen), maar ik besluit om een dag te blijven en wat te acclimatiseren. Een etentje op het terras van Café des Halles is alvast een goed  begin… De sfeer is zuiders-zomers, maar zonder de toeristische drukte. Een groot deel van de klanten op het terras zijn duidelijk “autochtonen”. 

Woensdag 26 mei: Foix  
Bij het ontbijt slaag ik erin mezelf flink in de vinger te snijden met het broodmes, maar in de keuken krijg ik snel de nodige verzorging. Dit belet me niet om daarna rustig het stadje te gaan verkennen. Het is mooi weer, behoorlijk warm, maar de wolken boven de bergen voorspellen enige verandering… We zien wel.

Foix: kasteel
Na een eerste klim tot aan het kasteel (dat pas opent om 10.30 u) daal ik terug af voor een bezoek aan de kerk van Saint-Volusien, de kerk van het vroegere 9e-eeuwse klooster waarin nu de Préfecture is ingericht. Saint-Volusien was in de vijfde eeuw bisschop van Tours, werd als gijzelaar meegenomen door de troepen van de Wisigothische koning Alaric, op de vlucht voor de troepen van Clovis… maar werd onthoofd en uiteindelijk belandde  hij op wonderbaarlijke wijze in Foix… Het resterend gedeelte van de kerk bestaat uit één grote hoofdbeuk, enkele kleine zijkapellen en een crypte. De volumineuze orgelmuziek deze voormiddag zorgt voor een meditatieve sfeer.

Foix
Daarna bezoek ik het kasteel, met mooie uitzichten over Foix en wijde omgeving. Uit enkele verklarende teksten binnen leer ik ondermeer dat Esclarmonde, zus van Raymond-Roger, graaf van Foix van 1188 tot 1223, een actieve Bonne-Femme was: een vrouw die zich in de Cathaarse gemeenschap wijdde aan het prediken en het toedienen van het enige sacrament, het consolement (doopsel door handoplegging), net als de Bonshommes.


Ik voel dat de acclimatisering op gang komt en wijd me verder aan de lectuur van Le Monde op een terrasje, een siësta na de lunch en de laatste voorbereidingen voor mijn tocht. Ik sluit de dag op passende wijze af met een maaltijd in “Le Jeu de l’Oie”: effiloché d’agneau en tarte Tatin… Na het drukkende weer van deze namiddag begint het nog even te regenen en in de verte zie ik een paar bliksemschichten.

Donderdag 27 mei: Foix - Roquefixade 
Foix: oever van de Ariège

Sinds gisteravond is de spanning voelbaar, maar nu wordt het menens: het echte begin van de tocht! Welk weer wordt het? Zal ik niet teveel last hebben van mijn achillespees ( vooral rechts voel ik regelmatig pijn)? Het weer lijkt mee te vallen: het is bewolkt, de lucht is koel, ideaal om te stappen, zo zegt ook de patron van het Centre Léo Lagrange. Ik koop alvast nog een lekker stevig brood en vertrek even na 9 uur.


Het is een stevige klim, zowel mijn ademhaling als mijn achillespezen worden aardig op de proef gesteld, maar het lukt. Tegen 10.45 u bereik ik “les ruines de Jean Germa”: tijd voor een appel en een eerste pauze. Twee “oudere” mannen komen uit de tegenovergestelde richting, vermoedelijk autochtonen van een flink eind in de zestig, op dagwandeling vanuit Saint-Cirac.

Verder verloopt de tocht goed: het is een mooi traject waarbij stukken door en langs het bos worden afgewisseld met een pad langs de crête, met mooi uitzicht over de vallei en de nog licht besneeuwde toppen  in de verte.


De lucht is meer bewolkt, ik vraag me af of er geen onweer van komt, de atmosfeer wordt ook meer en meer drukkend. In Leychert spreken enkele mensen die staan te keuvelen mij aan: of ik soms geen ezel wil huren om mijn bagage te dragen… Ik antwoord: “Non, merci, l’âne c’est moi-même…”. Instemmend gelach… En in het anderhalf uur daarna, in het immer stijgend traject naar Roquefixade, herhaal ik enkele keren mijn uitspraak…
Roquefixade
Roquefixade

De laatste loodjes wegen het zwaarst en ik herinner mij dat ik dit stuk de vorige keer ook heb onderschat. Maar het uitzicht is indrukwekkend: in de verte kan ik Montségur reeds ontwaren en na enkele bochten in het pad wordt de imposante rots van Roquefixade opnieuw zichtbaar. Maar het is toch een grote opluchting wanneer het pad definitief in dalende lijn gaat, langs de voet van de rots, naar het dorp.
Roquefixade: gîte
Op het terras van de gîte ontmoet ik de patron die ik ken van de vorige keer, maar hij blijkt niet meer de patron: hij heeft vorig jaar de zaak overgelaten, maar woont nog schuin tegenover. Hij ontkent dat hij  “een oogje in het zeil houdt” maar ik merk dat hij maar al te graag uitleg geeft aan passanten die  informatie komen vragen. De huidige equipe blijkt te bestaan uit:
·         een stevige dame op leeftijd, wellicht la patronne
·         een vrouw van naar schatting dertig jaar die er zeer mannelijk uitziet, een wat gebochelde rug heeft en de trotse bezitter is van een moto (“une 800”); ik zie haar de rest van de avond zelden zonder pint en/of sigaret binnen handbereik, maat ze toont me correct mijn kamer en bedient ’s avonds de dranken in het restaurant
·         een verfijnd uitziende jongeman met Noord-Afrikaanse trekjes die later de kok blijkt te zijn.

De kamer is proper en comfortabel: drie bedden, afzonderlijke douche en lavabo, toilet op de overloop.
Het avondmaal is lekker, maar ik maak mij de bedenking dat het hier en elders minder en minder gaat om een eenvoudige regionale keuken: het menu bestaat uit een brickdeeg met vulling van tonijn en groenten, gevolgd door de klassieker magret-de-canard met boontjes. Alles lekker klaargemaakt, maar met verwijzingen naar fusion-keuken (een snuifje harissa bij het voorgerecht, de drie pepers bij de magret…). Ik kies voor een crème aux myrtilles als dessert: dit lijkt me lekker huisgemaakt, zonder franjes. Ik ben vermoedelijk één van de twee logementsgasten: in het restaurant duikt nog een “eenzame” man op die, nog meer dan ik, bezig is met  lezen en  schrijven en er geen trekker uitziet. Verder komt een vierkoppig Engelssprekend gezelschap twintigers eten die blijkbaar een verjaardag te vieren hebben. Ik bestel nog een digestifje voor op mijn kamer en krijg van de kok een artisanale armagnac aangeboden: merci! Ondertussen blijkt ook nog een deftige jongedame deel ui!t te maken van de equipe: blijkbaar vriendin/partner van de kok en wellicht patronne in de leer, misschien wel dochter van madame… Met deze speculatieve bedenkingen kruip ik in mijn bed… Morgen terug “serieus”!

Vrijdag 28 mei: Roquefixade - Montségur
Wanneer ik opsta blijkt het pijpenstelen te regenen, alles zit dicht. Er zal niets anders op zitten dan… nat te worden. Wanneer ik om 9.30 u vertrek is het een druilregen waarin je ook wel nat wordt, maar die het stappen niet echt onaangenaam maakt.
Ik passeer langs het monument ter herdenking van een gevecht in Roquefixade in 1944. Op het oude monument staan 17 namen, op het meer recente informatiebord is sprake van 16 “morts pour la France”. Ik vraag me af wie die 17e dan is: misschien die ene Duitse Jood die ook deel uitmaakte van het peloton? En wat dan met die drie Oostenrijkers?

Montferrier
De afdalingen verlopen vlot, de beklimmingen iets lastiger… maar alles bijeen kom ik in dezelfde tijd aan in Montferrier als de vorige keer. Ik herinner mij dat ik me hier toen zeer rillerig voelde (voorbode van koorts), nu krijg ik het een beetje koud door de vochtigheid in mijn kleren. Een kop hete bouillon doet deugd: daarvoor dient dit pannetje en vuurtje!



Ondertussen heeft het gelukkig opgehouden met regenen en na een kwartiertje stappen kan de jas in de rugzak. De klim richting Montségur (ruim 300 meter) verloopt min of meer vlot, maar het is wel glibberig. Na het beekje “à maintes reprises” te zijn overgestoken (zoals vermeld in de topogids) glijd ik uit op een onverwacht moment, maar uiteraard op een riskante plek (schuin zijdelings aflopend pad). Ik voel mijn hoofd tegen de grond slaan (gelukkig niet op een steen) en verder houd ik er vooral een modderbroek aan over. Ik bereik heelhuids de Col de Séguéla van waar ik meteen een zicht krijg op de "pog" van Montségur, met het kasteel. De wisselende wolken krijg ik er gratis bij.
 
Col de Séguéla met zicht op Montségur
Na nog een passage door het bos, met mooie doorkijkjes naar het kasteel, kom ik langs de voet van de heuvel en tenslotte neem ik de asfaltweg naar het lager gelegen dorp.



















Deze morgen heb ik telefonisch gereserveerd in de gîte d’étape: zich aanmelden in hotel-restaurant Costes. In deze gîte ben ik jaren geleden (1999?) nog geweest met Jonas en Raphael. Nu blijken er nog vijf andere randonneurs te logeren die twaalf dagen geleden vertrokken zijn uit Port-la-Nouvelle. Het is een onduidelijk groepje van vijftigers, twee vrouwen en drie mannen, wonend in verschillende hoeken van Frankrijk (Bruges-Bordeaux, Normandie…). We eten samen in het restaurant Costes: best gezellig. Ik noteer nog dat ik vandaag de volgende tegenliggers heb ontmoet: 3 VTT-ers, 6 + 3 + 3 wandelaars.
Zaterdag 29 mei: Montségur - Comus
Ontbijt terug in restaurant Costes, met mijn gîte-genoten. Zij eindigen zondag in Foix en gaan dan blijkbaar naar de vier windstreken uiteen.

Het weer is goed: wat zon, wat wolken. Ik reserveer alvast in Comus (Le Silence du Midi, bij de Oost-Vlaamse Ellen en Gunther) en verneem meteen dat de yourte op hun terrein begin mei is bezweken onder een voorjaarssneeuwstorm. Het valt me later ook op in de bossen dat er heel wat bomen afgebroken en ontworteld zijn. Blijkbaar is de ongewone voorjaarssneeuw extra zwaar door het vele water.

De klim naar col du Liam verloopt goed, hoewel ik toch even moet wachten om een kudde koeien met kalveren (ruim 50 stuks) te laten passeren; gelukkig was ik nog niet op het smalle pad wanneer zij afdaalden naar de nabijgelegen weide. Een bord waarschuwt trouwens wandelaars om voorzichtig te zijn “et de contourner le troupeau”… op voorwaarde dat je kan natuurlijk…
















De lange en steile afdaling naar Pélail (500 meter) is glibberig en ik ben extra voorzichtig. Ik besluit niet te lang te rusten in Pélail en toch maar te vertrekken naar de gorge, hoewel de zon schijnt en het dus warm zal worden.

















De klim is behoorlijk zwaar en ik ben blij wanneer ik, als eerste signaal, het wegwijzerpaaltje zie “aan het eind van de tunnel”. Ik merk dat er op dit uur (13-15 uur) toch regelmatig schaduwplekjes zijn, gelukkig maar. Ik tel exact twee wandelaars die me nog voor de kloof tegemoet zijn gekomen: onverwacht rustig toch voor een zaterdag.

     






Ik had gedacht een wat langere eetpauze te nemen, maar eigenlijk heb ik geen honger. En op die plaats is er ook geen aangenaam plekje in de schaduw. Dus besluit ik meteen de 3-4 kilometer naar Comus aan te vatten, nog lichtjes stijgend? “It’s a long way to Tiperary” spookt het door mijn hoofd gedurende de gestrekte mars… Bij aankomst in Comus beloon ik mezelf uiteraard met een frisse pint op het terras van Le Silence du Midi (zou dit Tiperary zijn?).

Comus






Ik hoor nog eens het verhaal van de yourte: er is toen op één nacht 70 centimeter sneeuw gevallen en de yourte is eronder bezweken. Het is een serieuze tegenslag: in het voorjaar hadden er heel wat groepen gereserveerd. In de loop van juni komt er een nieuwe yourte en ondertussen loopt de discussie met de verzekeringsmaatschappij. Ik neem dan maar mijn intrek in één van de gîtes: duurder, maar heel comfortabel natuurlijk. ‘s Avonds eet ik lekker: salade met geitenkaasjes, magret de canard en een bavarois. Misschien heeft dit menu wel iets te maken met het familiefeest dat hier deze middag doorging…
Bij de afdaling naar Pélail heb ik nog twee randonneurs ontmoet (man en vrouw van 60+) die ook onderweg waren van Port-la-Nouvelle naar Foix. Ook zij logeerden telkens in een gïte wat het gewicht van hun rugzak“draaglijk” maakte. In Comus hadden ze gelogeerd in de gîte communal (bij Anne Pagès). Net als mijn gîte-genoten in Montségur waren ze enthousiast over de ontvangst en het lekker eten: des cailles farcies! Ik herinner mij dat ik met Jonas en Raphaël in 1999 tegenover de gîte heb gekampeerd en dat we daar nog een resterend potje vlees-in-saus hebben gekregen: des cailles farcies… Ik vermoed dat Anne Pagès een grootverbruiker van kwartels is!

Zondag 30 mei: Comus - Refuge du Chioula  
Zicht op Prades
De dag kondigt zich wisselend aan: bewolkt , met af en toe een streepje zon, ideaal wandelweer. Ik kom wat traag op gang (een babbel…) en het is 9.40 u wanneer ik vertrek. Het traject naar Prades is een goede opwarming, een gemakkelijk pad, lichtjes klimmend, met weids uitzicht. Twee jaar geleden liep ik hier met koorts, nu gelukkig niet. Ik ben blij dat ik eindelijk nog eens in Montaillou zal komen en ben benieuwd naar het vervolg van het traject. Even voor het dorp komen mij een viertal VTT-ers tegemoet, maar verder ontmoet ik niemand gedurende de rest van de dag.






Ruïne van het kasteel van Montaillou


In het dorp van Montaillou is het bijzonder stil: ik zie nog één fietser en één man die de hond uit laat. Het bureau d’accueil is potdicht, een café zie ik niet. Het is vandaag moederdag; misschien heeft de rust in dit weekend hiermee te maken?



De klim richting Col de Balaguès valt behoorlijk zwaar uit, ik heb precies “geen goede benen”. Nog voor de Jasse de Balaguès moet ik even forfait geven en gun ik me een kwartiertje platte rust. Het helpt om tot aan de Jasse te geraken en daar neem ik een uurtje pauze, met twee koppen chocomelk, een stuk brood en worst. Ook dat lijkt te helpen en de laatste klim van een kleine 100 meter lukt in twintig minuten; het zicht op het einddoel helpt ook! Op de col is het uitzicht plots adembenemend: voor mij de hele keten van hoge toppen met stevige flarden sneeuw, omfloerst door wolken, afgewisseld met zonnestralen.
Col de Balaguès







Het zwaarste is nu achter de rug: vanaf nu gaat het hoofdzakelijk licht dalend, met mooie  uitzichten. Ik zie een eind voor m ij opnieuw een kudde koeien met kalveren een eind het weggetje langs komen om zich in een weide te  verspreiden. Ik hoor later in de gîte dat de hoofddzakelijk grijze koeien van het Gascogneras toch wel “caractère” hebben en best niet te dicht benaderd worden, zeker niet wanneer ze kalveren hebben. Ze worden gekweekt voor het vlees en zijn zeker niet gewoon om benaderd te worden door mensen, bijvoorbeeld voor het melken. Ik verneem ook nog dat er in de Ariège relatief weinig weiden zijn waarop de koeien kunnen grazen en melk produceren. Daardoor is er in de Ariège vrijwel geen kaas, hiervoor moet je in de  westelijke Pyreneeën zijn en hetzelfde geldt trouwens voor de schapen: ook hier vooral voor het vlees gekweekt.

Gîte de Chioula
Ondertussen ben ik aanbeland in de Gîte du Chioula, prachtig gelegen: aan de ene kant zicht op de Dent d’Orlu, aan de andere kant op de bergen boven Ax, met als schoonheidsfout het ski-oord van Ax-Bonascre. Ik ben de enige gast in de mooi ingerichte gîte: eenvoudig, met toch het nodige comfort, elektriciteit van zonnepanelen… En in in de eetzaal/bar brandt in de late namiddag een lekker houtvuur: buiten staat er een frisse wind en voel je af en toe de vochtige wolken… Het is hier blijkbaar een mooi langlauf-skigebied: de col du Chioula is ook ’s winters bereikbaar met de auto en men raakt per ski tot aan de gîte. De huidige uitbater zijn een (koppel?) dertigers. De vrouw kookt eenvoudig, maar lekker, met eenvoudige producten. Het menu voor vanavond: lekkere soep, varkenscotelet met linzen, kaas, platte kaas met honing: meer moet dat niet zijn. Ze vraagt naar wat ik in andere gîtes heb gegeten, want ze is op zoek naar passende gerechten.

Dent d'Orlu
Na het eten schrijf ik nog rustig verder aan mijn dagboek terwijl ik het wisselend schouwspel van zon, wolken en bergtoppen in de gaten houd, met af en toe een fotoshoot. Dit alles met een glaasje wijn bij de hand en de warmte van de houtkachel in mijn rug. Wanneer ik rond 21.30 u nog even buiten ga is het behoorlijk koud, maar het schouwspel van licht en wolken gaat nog door: je ziet de wolken in snel tempo vanuit de vallei naar boven drijven. Maar ondertussen wenkt het bed…







Maandag 31 mei: Refuge du Chioula - Orlu

’s Morgens is het totaal ander weer: het regent en we zitten in de mist. Ik vraag me dus al af wat ik vandaag zal doen… In elk geval neem ik de tijd voor het ontbijt. De patronne belt even naar de meteo: rond de middag zou het ophouden met regenen en zou het opklaren: niet wanhopen dus! Het traject naar Sorgeat-Ascou is niet gevaarlijk en vrij goed aangeduid, weliswaar met een steile afdaling.
Rond 10.00 u is het opgehouden met regenen en klaart de lucht wat op. Ik vertrek om 10.45 u, met goed wandelweer: fris en droog. Ik bereik achtereenvolgens, binnen een redelijke tijd, Sorgeat-Ascou-Orgeix. De dorpen liggen er doodstil bij, ik ontmoet geen enkele wandelaar. Het uitzicht vanaf de Porteille d’Orgeix is spectaculair, de afdaling is steil, maar goed begaanbaar.
Orgeix

Vanuit Orgeix stap ik door naar Orlu waar ik rond 15.00 u in de Relais Montagnard aankom. Ik passeer langs de camping die grotendeels gevuld staat met caravans en er verder doods bij ligt: niet echt attractief om mijn tentje op te zetten, ook al niet gezien het frisse en bewolkte weer. Ik hoop op een plaats in de Relais Montagnard: ik heb deze morgen niet getelefoneerd omdat ik nog twijfelde om te kamperen. Ik krijg echter te horen dat alles vol is omwille van een schoolgroep. De patronne wil me eventueel naar Ax voeren, maar daarvoor bedank ik: dan zet ik liever mijn tent op. Maar misschien is het wel mogelijk dat ik samen met drie andere personen in een gîte overnacht, indien zij akkoord zijn… Ik besluit dus om te wachten en neem mijn tijd om mijn dagboek bij te werken. Ondertussen aanhoor ik het uitvoerig gesprek van de patronne met twee klanten en leer één en ander over de commerciële strategie van het toerisme in Orlu (hoe diverse partners doen samenwerken, met voordeel voor elkeen), het gebrek aan een dergelijke strategie in Foix, enzovoort. De patronne heeft blijkbaar heel wat ervaring in de sector van chambres et tables d’hôtes en had  “haar laatste restaurant” in Le Crotoy, waar heel wat Belgische klanten over de vloer kwamen. De andere twee klanten hebben hier onlangs een “cousinade” georganiseerd, een familiereünie met familieleden die mekaar grotendeels gedurende twintig jaar niet meer hadden ontmoet. De patronne heeft de indruk dat de fazmilies in Belgïë toch sterker aan mekaar hangen dan in Frankrijk, waar men zich meer verspreidt en geen contacten meer heeft, een verlies van iets waardevol, vindt ze. Verder verneem ik nog dat de gîte in Mérens momenteel gesloten is: de (van oorsprong Belgische) patronne is met pensioen, wou de zaak overlaten aan haar zoon, maar dit is uiteindelijk niet doorgegaan…
Orlu - Le Relais Montagnard
Rond 17.00 u komt het drietal aan waarmee ik eventueel samen in de gîte zou overnachten. Ik hoor de patronne vragen of ze afzonderlijke kamers willen, wat blijkbaar het geval is. Even later komt ze mij zeggen dat ze voor mij een oplossing in petto heeft, maar ik moet wachten tot 19.00 u. En inderdaad: om 19.00 u komt er een vrouw die me begeleidt naar een gîte ongeveer 200 meter verder: één van een tiental huisjes die blijkbaar eigendom zijn van de commune. Het is een huis met twee slaapkamers en nog een zetelbed voor twee personen in de living. Achteraf hoor ik de patronne nog uitleg geven over heel de situatie: de Relais Montagnard is eigendom van de gemeente, maar zij baat het restaurant en de hébergement uit (ondermeer veel classes vertes, zoals nu). Ze heeft tevens een akkoord met de gemeente dat ze, bij overbezetting of –vraag de huisjes mag meeverhuren, uiteindelijk aan dezelfde prijs als voor verblijf in de grote gîte. Resultaat: zij heeft bijkomende restaurantgasten, de gemeente heeft inkomsten van de vakantiewoningen die anders toch leeg staan. Commerciële geest, win-win-situatie dus. En in mijn geval: luxe, die ik betaal aan 40 euro voor halfpension (in Comus was het 42 euro).
Aan tafel zit ik natuurlijk in het gezelschap van de drie randonneurs: twee mannen en één vrouw van 60-62 jaar; het zijn “postiers” waarvan er twee ook cousin-cousine zijn: vandaar die drie kamers?  Het is een gezellig etentje, waarbij ik ondertussen voor de derde keer de politieke situatie in België uit de doeken doe (men vraagt zicht echt af of het land nu op de rand van een oorlog dan wel van een splitsing staat). Verder verneem ik dat ze deze morgen uit Comus zijn vertrokken waar ze uiteraard in de gîte communal hebben gelogeerd en waar ze superlekker hebben gegeten: des cailles farcies! Ik moet mijn lach bedwingen en aanhoor welwillend hun lofzang… Belangrijke les voor de gîtes in een straal van 25 kilometer rond Comus: serveer nooit cailles, want je gasten hebben dit de dag voordien gegeten of krijgen dit de dag nadien voorgeschoteld. Misschien moeten de gîtes gezamenlijk een menukaart opstellen die enige variatie garandeert waarbij elke gîte gewoon elke dag van de week hetzelfde serveert…
Tenslotte aanhoor ik nog eens het levensverhaal van de patronne die op 60-jarige leeftijd haar restaurant in Le Crotoy van de hand deed, een chambres d’hôtes opende ergens in een molen, maar enkele maanden later “alleen in het leven stond” en dan maar – na het gooien van teerlingen over de kaart van Frankrijk – in Orlu is terechtgekomen waar ze met verve – het moet gezegd – haar ervaring ten dienste stelt van het toerisme en van de classes vertes, want  een groep van 40 pubers schrikt haar duidelijk niet af! Mijn drie tafelgenoten wonen in Béziers en nu blijkt dat een dienster van het restaurant (die part-time voor de gemeente werkt en mij mijn gîte heeft aangewezen) ook van Béziers afkomstig is. Er volgt dus een gesprek van “… en ken je die, weet je nog van die…”. Het blijft hier dus ook een beetje een groot dorp.

Dinsdag 1 juni: Orlu - Mérens
Het weer ziet er goed uit: bewolkt met opklaringen. Na het ontbijt vertrek ik richting Mérens.

Ik heb nog niets gereserveerd want ik weet dat de klim naar col de Joux (ruim 850 meter) zwaar is; zonodig overnacht ik daar in de cabane… of we zien wel. Ik ontmoet nog even het drietal uit Béziers, laat een foto nemen van mezelf, loop een tijdje voor hen, maar laat hen even later definitief passeren; zij gaan naar Mérens en volgen verder ook de Chemin des Bonshommes, in principe tot Berga. Ze hebben overal gîtes gereserveerd en zijn uiteraard niet zo zwaar geladen als ik waardoor ze langere etappes doen.
Langs de Oriège










De klim is lang en uiteraard lastig, maar verloopt binnen een redelijke tijd: om 13.40 u sta ik boven, na een wandeling van 4.40 u: niet slecht voor de ruim 850 meter. Het is ondertussen ook vrij warm, gelukkig ging de klim vrijwel volledig door het bos, met voldoende schaduw.

Ik neem een ruime rust- en eetpauze (twee koppen chocomelk!) en ik vertrek een dikke anderhalf uur later. Het uitzicht vanop de col is fenomenaal mooi, in alle richtingen. En gedurende de afdaling naar Mérens (ongeveer 700 meter) heb je bijna voortdurend een weids uitzicht over de Ariègevallei en de toppen errond. Maar ondertussen vraagt het steile, stenige pad ook de nodige aandacht en inspanning in dijen en knieën.


Mérens
Bij aankomst in het dorp sla ik nog een babbel met een oud vrouwtje (92 jaar). Vroeger kwam ze ook wel eens op de col de Joux, om paddestoelen te plukken. Ze zegt dat ze nu nog maar met vier oorspronkelijke bewoners in Mérens d’en Haut zijn, de anderen zijn hoofdzakelijk “des résidents”.






Ik heb ondertussen besloten om naar de camping te gaan, even voorbij het dorp. Ik drink een pint op het terras van het enige café en verneem dat de épicerie deze namiddag gesloten is vermits madame haar inkopen is gaan doen in Toulouse; ik kan in het café een fles wijn kopen (4 euro) voor vanavond, bij mijn zelf klaargemaakt potje, want een restaurant is er uiteraard ook niet in het dorp. Ik hoor dat de uitbaatster van de Chambres d’Hôtes du Nabre binnenkort wel een auberge zou opstarten; de gîte d’étape is effectief gesloten en staat te koop: radio trottoir, als het ware.
Op de camping staan nog enkele caravans-passanten, het seizoen begint pas. Ik geniet van mijn stoofpotje elandsvlees en mijn wijntje en besluit hier morgen een dagje rust te nemen…




Woensdag 2 juni: Mérens
Het heeft vannacht wat geregend, maar wanneer ik opsta blijkt het toch snel op te k laren. Ik ga een fruitsap en een stevige koffie drinken in de cafetaria van de camping; ik had gehoopt dat er ook croissants zouden zijn, maar helaas… Ik verleng alvast mijn verblijf en ga dan “echt” ontbijten aan mijn tent. Ik heb nog steeds brood vanuit Foix en dit is nog altijd eetbaar: pain de campagne! Daarna doe ik mijn wasje: de zon schijnt en met wat creativiteit bevestig ik de kleren op mijn tent zodat ze kunnen drogen zonder weg te waaien. En met een gerust gemoed en een vakantiegevoel ga ik naar het dorp waar de épicerie nu wel open is. Ik koop wat fruit, een baguette, een blikje paté en een fles wijn: lunch en avondmaal zijn verzekerd! Ik vind er ook een postkaart waarop de Chemin des Bonshommes is weergegeven. Na een pintje op het terras van het café keer ik terug naar de camping: stukje brood, paté en kaas, wijntje… en dan een siësta. Dagboek aanvullen, de stapplannen voor de komende dagen uittekenen…
Deze morgen heb ik nog mijn drie tafelgenoten uit Béziers zien voorbijkomen: ze waren verwonderd me hier te zien (en keken ook wel wat bewonderend…). Zij stappen vandaag tot Porta (oef!) en hebben goede hoop langs de Portella Blanca te kunnen passeren. Ik krijg ook een beetje hoop en reken uit dat ik op die manier tot Bellver zou kunnen stappen vanwaar ik dinsdag de terugtocht zou kunnen aanvatten. Eventueel kan ik vanuit Porta een tweedaagse doen met kamperen onder de sneeuwgrens aan de voet van de Portella Blanca. Maar het ziet ernaar uit dat ik niet in Gresolet zal geraken, tenzij ik meteen vanuit Porta trein en bus zou nemen tot Bagà wat me niet zo leuk lijkt; ik zie nog wel.
Ik heb ook een babbel geslagen met mijn buren. Naast mij staat een caravan met een gepensioneerd koppel. De vrouw die wat moeilijk te been is zegt dat ze hier een maand verblijven en zij ondertussen een medische behandeling volgt in Ax-les-Thermes: kuuroord in een formule voor minder begoede mensen dus, ik weet dat de camping hier ook stukken goedkoper is dan in Ax… Mijn overburen zijn ook een gepensioneerd koppel in een caravan, maar uit Heule! De man is ex-politieagent en is geïnteresseerd-verrast wanneer hij hoort dat ik in de bijzondere jeugdzorg werk. Hij vertelt spontaan dat hij een paar jaar in het seminarie heeft gestudeerd (“late roeping”) en daaraan heeft hij een stevig stuk filosofische bagage overgehouden. Maar men vond dat hij een sexueel probleem had (wellicht was hij normaal…) en hij heeft dan maar de ongetwijfeld juiste keuze gemaakt om te trouwen. Het hoofdstuk Roger Vangheluwe kunnen we snel afsluiten met een paar woorden en wat schouderophalen…
In de namiddag is er nog een koppeltje twintigers-randonneurs gearriveerd met een iglotentje. Net na mijn avondmaal komen ze een praatje slaan, met veel belangstelling voor mijn tent die ik natuurlijk bejubel. Zij hebben een zestal dagen in het hogere gebergte rondgetrokken (Tour des Montagnes d’Ax) en hebben op 2000-2500 meter toch heel wat sneeuw gezien, in combinatie met mist… riskant, met andere woorden. Ze hebben blijkbaar eten in overvloed mee en proberen dit nu snel te laten minderen omwille van het gewicht. Ze weten niet hoeveel kilo zij dragen, maar vinden mijn 22 kg toch wel veel. Ik geef hen de raad eens op de weegschaal te gaan staan met de rugzak… Hun tentje weegt ook slechts 2,5 kg, maar ze hebben wel drie busjes campinggaz bij. Enfin, leuke babbel. Zij nemen morgen de trein naar Latour-de-Carol, vandaar richting Perpignan, om dan nog een stuk van de GR10 te doen tot Banyuls.
Donderdag 3 juni: Mérens  - L' Hospitalet
Het is een heldere nacht geweest met veel sterren en het was dus koud; ik hoor van mijn overburen dat het vanmorgen 3° was, maar ik heb er geen last van gehad. Er is nu wel veel dauw, de tent is kletsnat, maar de zon komt al snel over de bergkam. Toch duurt het even voor alles droog is en ik vertrek pas om 10.30 u. Het is prachtig weer, maar het wordt dus ook gauw behoorlijk warm onder de brandende zon: smeren dus! De etappe naar L’Hospitalet is niet zo zwaar, maar het blijft ruim 400 meter klimmen. De laatste loodjes wegen terug zwaar, maar ik kom toch tegen 13.30 u aan.


L'Hospitalet: gîte
De gîte is pas om 17.00 u open, dus ik moet mijn tijd hier rustig en aangenaam doorbrengen. Dit begint met een pintje op het terras van Hôtel du Puymorens; ik hoopte er ook een salade te kunnen eten, maar “on ne fait pas de salades” en voor het middagmenu is het te laat. Dan maar een sandwich-jambon. Ik snap het toch niet goed: waarom kan een dergelijk restaurant niet een paar sneden charcuterie op een bord leggen met een paar blaadjes sla, een tomaat en wat vinaigrette, met een mandje brood? Assiette de charcuterie (mixte als het even kan) in plaats van een sandwich-jambon/paté/sausisson! Je zou met plezier het dubbele betalen, maar nee… Schuin tegenover het hotel is er ook een bar – petite restauration – épicerie; ik wil daar nog een koffie gaan drinken, maar deze is ondertussen gesloten. OK, er is niet zoveel volk onderweg, maar toch… De geldautomaat van La Poste “Argent à toute heure” doet het dan weer wel. Daar hoor ik van een Nederlandse klant de commentaar “allemaal kleintjes, nou zeg…”.
Ik wandel verdeer wat rond en zie dat men tegen deze zomer een parkeerplaats voor mobilhomes wil inrichten. Aan de stand van de werken te zien zal het toch wel vlug moeten gaan. In het dorp zie ik ook nog de restanten van de kerstversiering, maar het heeft hier een paar weken geleden ook nog ferm gesneeuwd, niets abnormaals dus.














Net buiten het dorp, vlakbij de enorme waterleiding naar de elektriciteitscentrale, weet ik een bankje onder een boom (een beetje schaduw is echt wel nodig, maar er staat een frisse wind). Ik vlei me daar neer om mijn dagboek bij te werken en ben ondertussen getuige van wat onderhoudswerken aan de hoogspanningsleiding tegen de berghelling. Ik zie een helikopter aankomen met een kabel die eronder bengelt. Hij blijft op een bepaald moment hangen en dan zie ik twee mannen bij een pyloon, hoog tegen de helling. De kabel zakt, de mannen maken er enkele balken aan vast en de helikopter vertrekt even achter de bergkam waar hij wellicht zijn vracht lost en enkele minuten later is hij er terug. Het spektakel herhaalt zich een paar keer en dan dalen de mannen vliegensvlug de helling af tot op de weg waar hun auto staat. Toch een ander soort werk dan bij ons!
Om 17.00 u gaat de gîte open en kan ik me installeren. Ik heb “dortoir” besteld, maar ik ben de enige gast en beschik dus over toilet en douche in “mijn” dortoir. Voor het avondeten krijg ik nog wat uitleg over de mogelijke GR-variante vanuit Porta, mocht er teveel sneeuw liggen op Portella Blanca: er is een geel bewegwijzerde route vanuit Porta naar Entveig.  Na een telefoontje naar de gîte in Porta hoor ik “qu’il y a de la neige, mais ça passe”. Te proberen dus. Ik verneem meteen ook dat de gîte in Porta morgen uitzonderlijk gesloten is, maar de patronne hier belt voor mij naar de Auberge du Campcardos: iets duurder (51 euro voor demi-pension, maar wel hotelformule); OK dus. Na een stevig avondmaal en de aanzet voor een artikel over de maaltijden in de gîtes op de GR 107 kruip ik in bed.






Vrijdag 4 juni: L'Hospitalet - Porta
Ik sta op met stralend weer en vertrek om 8.45 u voor de stevige klim naar Col de Puymorens. Gelukkig gaat het grootste gedeelte door het bos en bovendien op de westflank waar de zon nog niet schijnt. Maar er zijn andere hindernissen: veel omgevallen bomen versperren de weg en zijn blijkbaar nog niet opgeruimd. Het is af en toe klauteren en kruipen om met de rugzak doorheen of rond de bomen te geraken. Na een heel eind klimmen komt de patron van L’Hospitalet me tegemoet: hij is blijkbaar langs de baan naar boven gebracht en jogt nu naar beneden. Hij heeft ook reeds enkele omgevallen bomen gezien en zal, als lid van de “Commission des Sentiers” de mairie verwittigen.













Ondertussen klim ik moeizaam verder: traag tempo, regelmatig rusten is de boodschap. Eens het bos uit is het zwaarste voorbij, maar dan moet er weer zonnecrème worden gesmeerd! Al bij al kom ik binnen een behoorlijke tijd boven op 1950 meter: na drie uur voor een klim van 550 meter, met hindernissen, niet slecht!




Col de Puymorens






Aan de col is het, ondanks het weidse uitzicht, niet zo opbeurend:  de baan, parkings, een groot verlaten gebouw, een gesloten restaurant  en een centre de vacances waar nu wel een groep kinderen binnentrekt. Ik besluit de afdaling aan te vatten en straks in het groen een rust- en eetpauze te nemen.



Een paar honderd meter na mijn pauze duikt echter een nieuwe hindernis op: een snelstromende rivier waar niet meteen droogvoets door te komen is. Dan maar de beproefde methoden: blootsvoets in de schoenen. Ik loop nog niet tot mijn knieën in het water, maar de stroming is zo sterk dat ik me goed schrap moet zetten. Aan de overkant laat ik mijn schoenen even drogen in de zon, maar veel helpt het niet: ik stap toch met een nat gevoel aan de voeten verder.
 



Na een laatste stuk grindweg  met zicht op de toegang tot de autotunnel kom ik in Porta, meteen aan de auberge. Na een pintje en een babbel met de patron neem ik een heerlijke douche, ga nog even het dorp verkennen en wat schrijven, in afwachting van het avondmaal. Al snel heb ik een vakantiegevoel…


De kamer is ruim en net, met toilet en douche. Het avondmaal is verzorgd en copieus. Ik  ben de enige gast voor de overnachting, enkel een moeder en haar zoontje – duidelijk uit de buurt – komen  nog eten. De patron is vriendelijk en kent ook één en ander over randonnées in de Pyreneeën; hij is hier nog niet lang: “nouveau propriétaire” staat er buiten op het aankondigingsbord. Ik verneem nog dat er morgenvroeg een bakker langskomt en bestel alvast een brood om mee te nemen. En ik ga vroeg slapen (21.15 u).

Zaterdag 5 juni: Porta - Portella Blanca
Ik ontbijt om 8.00 u en koop een brood bij de bakker. Tot gisteren heb ik nog gegeten van het brood dat ik 9 dagen geleden in Foix heb gekocht: ik heb er niet veel nodig en het bleef eetbaart. Klokslag 9.00 u vat ik, onder een stralende zon, de klim aan in de Val de Campcardos.
Gelukkig is er nog wat bos – en dus schaduw – maar even voor de cabane kom ik in de volle zon. Ik ben blij even in de koelte van de cabane te kunnen rusten. Ik ontmoet er ook twee lokale mannen “van een zekere leeftijd”. Zij komen hier in de omgeving een soort wilde sla plukken. Ze hebben net gegeten en ik krijg nog een stuk butifara en een camembert cadeau. De camembert laat ik, wegens het grote smeltgevaar, achter in de cabane, maar de worst zal ik straks opeten.
                   




Ik neem mij voor om ergens tussen de meertjes en de laatste paar honderd meter van de beklimming te kamperen. Dit biedt me de mogelijkheid om tijdens de grootste hitte niet te stappen en een deel van de klim morgenvroeg te doen. Daarna kan ik een eind afdalen en nog eens kamperen alvorens door te stappen tot Bellver. Ik kom een Engels koppel tegen die mij bevestigen dat dit een goed idee is. Zij hebben vroeger nog even onder de col gekampeerd en komen nu van Cal Jan de la Llosa. Ik constateer nog dat ik aan de cabane nog GSM-ontvangst had, maar daarna niet meer.


Ter hoogte van Gran Estany nestel ik mij onder een boom voor een lange middagpauze, met dus ook tijd om wat te schrijven. Ik zie nog enkele randonneurs afdalen en er ook nog twee richting Portella klimmen, alsook een paar dagwandelaars. Ondertussen heb ik prachtig ui!tzicht op de indrukwekkende rotsmassieven ten noorden en ten zuiden van de vallei. Op de toppen ligt nog wat sneeuw, maar deze is de laatste dagen wellicht flink gesmolten.


Tegen 16.00 u vertrek ik terug en klim nog tot ongeveer 2300 m (Plat de Breta). Ik vind er een mooi stuk gras, relatief vlak en droog, met een paar waterloopjes vlakbij. Ik heb een prachtig uitzicht(: noordelijk en zuidelijk indrukwekkende rotswanden, oostelijk de vallei en in de verte een aantal bergtoppen, westelijk de nog besneeuwde kammen waar ook de Portella ligt. Ik zet mijn tentje op. Even later komt nog een koppeltje die dit ook een geschikte plek vinden en hun tentje even verder opzetten. Na het wisselende’ licht bij de zonsondergang (of bij het dalen van de zon achter de toppen) te hebben gadegeslagen kruip ik rond 20.30 u in mijn slaapzak. Om 22.30 u schiet ik wakker door een signaal van mijn gsm: een berichtje van Lieve; er is blijkbaar toch minimale ontvangst. Ik stuur een antwoordje en slaap snel terug in…


Zondag 6 juni: Portella Blanca - Prullans
Wanneer ik wakker word rond 7.30 u begint het zachtjes te regenen en even later hoor ik gedonder. De lucht wordt meer meer dreigend-donker. Ik bereid me al voor op een extra dagje op deze plek en ontbijt rustig. Rond 10.00 u begint het toch op te klaren en ik begin dan maar in te pakken. Het tweetal van het andere tentje komt een babbeltje doen: zij komen uit Barcelona, zijn hier enkel voor het weekend en na een wandeling richting Portella zullen ze terug afdalen naar Porta waar hun auto staat; morgen terug werken!

Om 11.30 u is alles ingepakt en vat ik de verdere beklimming aan (nog zo een 250 meter). Wolken en zon wisselen mekaar af. De klim valt nog behoorlijk zwaar uit: mogelijk speelt ook de hoogte (2300-2500 m) een rol. Er zijn nog verschillende sneeuwplekken waar ik zoveel mogelijk omheen ga: lastig om te stappen en niet steeds betrouwbaar. Tegen 13.00 u bereik ik “de top”, meer bepaald de Portella die er echt “blanca” bij ligt. Dat betekent dat ik ook het laatste stuki nog wat klauterwerk verricht om niet over de riskante sneeuwhelling te moeten stappen; ik zie ook geen wandelspoor over de sneeuw (misschien uitgewist door de regen van deze morgen).
Aan de Portella staat, zoals gewoonlijk op een col, een koude wind. De wegwijzerbordjes zijn wellicht verdwenen, er staan enkel nog een paar paaltjes en een stevig blok graniet met de GR-aanduiding. In alle richtingen is het uitzicht indrukwekkend. Ver in het oosten zie ik een bergmassief dat wellicht de Canigou moet zijn.








Mijn pad loopt verder in de steile afdaling langs de  westflank. De vermelding “peu visible” in de topoguide is goed gekozen, mede door de sneeuw. Maar de richting is duidelijk: naar de rivier die diep beneden mij ligt en zuidwaarts stroomt. Ik vind vrij snel de vertrouwde GR-tekens die, in combinatie met enkele steenhoopjes, goed te volgen zijn; het helpt ook dat het bergaf gaat… Ondertussen komen er opnieuw dreigende wolken opzetten en ook hierom ben ik blij dat ik mag afdalen. Ik ontmoet nog drie tegenliggers: twee oudere mensen die moedig met wandelstokken hogerop stappen, vergezeld van een eveneens niet meer zo jonge maar duidelijk geoefende man die behendig over de vertakkingen van de rivier springt: “Het helpt als je een beetje sportief bent” begrijp ik uit zijn commentaar. Hij is duidelijjk de gids en vraagt me of ik nog ander wandelaars heb ontmoet; hij vraagt me om, verder in de afdaling, te melden dat ze met drie onderweg zijn naar de Portella. Zijn uitleg in het Catalaans is me niet geheel duidelijk, maar we drukken mekaar stevig de hand. Ik heb de indruk dat hij een groep begeleidt waarvan een tweetal absoluut de beklimming wilde voortzetten; hij geeft me een bezorgde indruk, vooral wanneer hij de toenemende bewolking bekijkt. Ik steek de rivier over, blootsvoets in mijn sandalen, wat de sportieve gids niet hoefde te doen…
    
Cabana dels Espavers





Even later begint het miezerig te regenen en wanneer ik aan de Cabana del Espavers kom wil ik toch even schuilen. De cabane blijkt wel zeer stevig, maar behoorlijk primitief: echt een abri. Gelukkig ben ik gisteren niet tot hier willen komen om te overnachten; het zou wel lukken, maar de rondscharrelende kevers lijken me niet echt leuk gezelschap voor de nacht. En kamperen is ook niet echt een optie gezien de rondscharrelende koeien.

Na een korte rustpauze vertrek ik terug: de regen zet niet door, maar de wolken blijven dreigend. De afdaling langs en af en toe over de rivier (gelukkig met bruggetjes) is mooi. Ik ben ondertussen in bebost gebied gekomen.





Een eindje voor Cal Jan de la Llosa komt een helikopter vanuit de vallei richting Portella. Even voorbij mij keert hij terug, daalt snel en vliegt terug in mijn richting. Hij blijft hangen op mijn hoogte en ik zie de piloot duidelijk naar mij kijken. Ik doe met opgestoken duimen teken dat alles OK is. De helikopter hangt zo dichtbij dat mijn pet bijna afwaait, maar hij stijgt terug en vervolgt zijn weg richting Portella: misschien op zoek naar de overmoedige wandelaars die ik een paar uur geleden heb ontmoet? Aan Cal Jan de la Llosa staan enkele auto’s en nog een helikopter geparkeerd. Er staan enkele boerderijen, verderop zou er een camping moeten zijn. Wild kamperen is hier niet echt aan te raden gezien de koeien en paarden die vrij rondlopen.





Ik stel vast dat de afstand naar El Vilar – Ardovol – Prullans vrij lang is en meer tijd vergt dan ik had verwacht. In de buurt van El Vilar gaat de bewegwijzering behoorlijk de mist in. Ter hoogte van een erg rommelige boerderij krijg ik zelfs de indruk dat het pad bewust onduidelijk gehouden is, tot en met een afsluiting met schrikdraad (met stroom!) die niet echt zichtbaar is. Even verder verlies ik de toch al karige bewegwijzering helemaal uit het oog: een smal pad tussen overvloedige buxus, parallel aan een brede recent aangelegde piste, waarbij ik uiteindelijk voor deze laatste kies… Een verkeerde keuze, zo blijkt later. Ik besef dat ik de weg kwijt ben, stap uiteindelijk tot aan een boerderij die ik in de verte zie liggen… “Yo esto perdido…”; de boerin maakt me duidelijk dat ik rechtsomkeer moet maken om in Ardovol te komen. Ik zie uiteindelijk op de kaart waar het is misgegaan: mits een beetje nadenken en bestuderen van mijn kaart (1/50000) had ik het juiste pad kunnen vinden… achteraf bekeken. Maar de les is weeral duidelijk: vermoeidheid en sluimerende onrust (waar geraak ik vanavond nog?) belemmeren helder denken!
 
Ik kom uiteindelijk in Ardovol: een gehucht van twee of drie boerderijen waar ik de  GR-tekens terugvind en zelfs de wegbeschrijving uit het boekje herken. Ik zie Prullans even verder in de vallei liggen, overweeg om gewoon langs de asfaltweg te stappen, maar ik heb de  indruk dat het GR-pad toch korter is en kies voor het laatste. Ik stap langs een modderig pad, steil afdalend, soms meer op een beek gelijkend, maar ik kom uiteindelijk op de asfaltweg, vlakbij Prullans.

Prullans











Hotel Muntanya



Het is 20.00 u wanneer ik mij bezweet en enigszins verlegen aanmeld in het Hotel Muntanya: in verhouding vrij chic, maar ik word zonder probleem in het Frans onthaald en even later neem ik de lift naar de eerste verdieping. Na een hoognodige douche schuif ik omstreeks 21.00 u aan in het restaurant, als één van de eersten. Ik heb het gevoel dat dit de zwaarste dag van mijn tocht was: de lange afstand en  de lange afdaling (1400 meter) na de laatste klim naar de Portella, in combinatie met het late vertrekuur. Het hoeft niet te verwonderen dat ik geen moeite heb om in te slapen, weliswaar na een wasje van wat modderige kleren in de badkuip…   

Maandag 7 juni
Ik heb vandaag geen lange tocht meer voor de boeg en neem dus alle tijd voor het zeer uitgebreid ontbijtbuffet, met zicht op de bergen en de optrekkende wolkensluiers. Rond 10.30 u vertrek ik langs een asfaltweg die in de topogids nog als een “piste” wordt vermeld. Ik kom langs de camping die, zoals verwacht, eerder een chalet- en stacaravanpark is. Eens ik de grote baan ben overgestoken wandel ik terug langs een pad.

De markeringen zijn schaars en op een bepaald ogenblik - ik heb toch tijd - kies ik voor een pad met lokale bewegwijzering waarvan ik denk dat het, gelet op de kaart, wel eens langs de rivier (Segre) naar Bellver zou kunnen leiden. Mis dus: het eindigt aan de rivier en als er ooit al een pad langs de rivier zou geweest zijn is dit nu helemaal overgroeid. Na een korte poging keer ik op mijn stappen terug, tot op de plaats waar de GR opnieuw de baan zou oversteken en dan parallel verder lopen. Ik zie echter geen pad en besluit gewoon de laatste twee kilometer langs de baan te stappen naar Bellver dat ik al de hele tijd op zijn heuveltop zie liggen.

Bellver de Cerdanya











Ik kom er even na 12.00 u aan en ga meteen naar de Fonda Biayna: een waardige afsluiter van mijn Cami waar ik vorig jaar ook het traject naar Berga ben begonnen. Ik krijg meteen mijn kamer, heb nog de tijd voor een pintje alvorens te eten vanaf (!) 13.30 u.

Daarna een lekkere siësta en een wandeling door het reeds bekende stadje, afgerond met een  uitgebreide schrijf- en kijksessie op een terras. Het avondmaal is pas vanaf 21.00 u… Daarna is het snel slapenstijd!





 
Dinsdag 8 juni: bus- en treinreis: Bellver de Cerdanya - Ax-les-Thermes
Dinsdag is sluitingsdag in Bellver (weet ik nog van vorig jaar) en dus is er geen ontbijt in de Fonda. Sleutel gewoon achterlaten en vertrekken. Meteen een koffie en pastel in de bar rechtover. Later blijkt de bakker vlakbij de bushalte toch ook open, dus daar eet ik nog een heerlijke croissant en drink ik vers geperst sinaasappelsap.

Om 9.52 u komt de bus en om 10.20 u sta ik in Puigcerdà… natuurlijk vijf minuten te laat voor de trein naar Latour-de-Carol. Dus ga ik nog maar eens op verkenning in de stad, via de twee liften tot op het pleintje met weids uitzicht over de omgeving. Twee uur later neem ik de trein en nog geen tien minuten later sta ik in Latour-de-Carol. Na een half uurtje vertrekt de trein naar Toulouse, langs een stuk van het pad waar ik enkele dagen geleden ben gewandeld.
Puigcerdà: station


Puigcerdà: uitzicht over Cerdanya


Latour de Carol: station

In L’Hospitalet is het onverwacht druk: zeker een 15-tal mannen van Afrikaanse origine stappen op en verdelen zich over de weinig bezette trein. Plots wordt me duidelijk wat er gaande is: één van de mannen komt me vragen of ik sigaretten bij heb: nee dus. En of hij mij twee sloffen mag geven, hij zal ze terugnemen na Ax-les-Thermes. “Deux, vous y avez droit!” Ik zeg nog dat ik in Ax moet afstappen, maar hij dringt aan en met tegenzin laat ik hem een een plastiektas vol pakjes Camel op de bank tegenover mij deponeren. De smokkelroute vanuit Andorra is blijkbaar zeer actief. Ik ben blij dat ik zonder problemen in Ax kan afstappen…
Ik installeer me op de camping, doe nog een wandeling naar het centrum voor een voetbad in het warm, zwavelhoudend water en wat boodschappen, en keer dan maar terug naar mijn tentje. Ik heb zin in een rustig etentje (mijn restje Boeuf Strogannoff) met een flesje wijn en een kaasje toe… Het dreigt even te regenen, maar het zet niet door, zodat ik ontspannen op mijn rotsblok bovenop de colline nog wat kan schrijven. Er staat nog een ander tentje op de heuvel en verder is er toch nog wat beweging op de rest van de camping...





Praktisch

Heenreis

Ik ben per trein vanuit Gent via Lille en Parijs naar Toulouse gereisd; daar heb ik verder de trein genomen tot  Foix.

Terugreis

Vanuit Bellver de Cerdanya heb ik de bus genomen naar Puigcerda. Van daaruit ben ik per trein, met overstap in Latour de Carol, naar Ax-les-Thermes gereisd en 's anderendaags naar Toulouse.

Informatie over bussen in Spanje: http://www.alsa.es/

Gidsen en kaarten

De topogids "GR 107 - Sur les traces des Cathares" bevat alle nuttige informatie en kaartjes op 1/50000. Voor het Spaanse gedeelte zijn de kaartjes echter onduidelijk wegens de tweekleurendruk.

De kaart "Andorra - Cadi" (1/50000) van Rando Edtions is veel duidelijker voor het Spaanse gedeelte en omvat het grootste deel van de GR 107 (behalve het laatste stukje Espinalbet - Berga) die ingetekend is met verschillende varianten.





























1 opmerking:

Frank zei

Dag Johan, die terugreis uit Spanje, is dat nogal een onderneming? Klinkt wel een beetje zo. Of valt het wel mee? Ik wil tot het eindpunt in Berga lopen en dan terug met de trein naar Toulouse.
Groet van Frank